Vertelbijeenkomst in Praag

In Nederland geven we al enkele jaren projecten met jongeren vorm. In deze projecten spreken jongeren met ouderen over de Tweede Wereldoorlog en maken op basis daarvan een voorstelling. Sinds 2017 initiëren wij deze projecten ook internationaal in het kader van International Holocaust Remembrance Day (27 januari). In 2019 zullen op deze dag jongerenprojecten spelen in Amsterdam, Berlijn, Kopenhagen, Brussel, Praag, Budapest en Carrara. In al deze projecten worden Nederlandse makers aan lokale makers gekoppeld. Zij maken samen de voorstelling. Hieronder het verslag van de vertelbijeenkomst in Praag, waar Nederlandse maker Isa alvast bij aanwezig was. 

”Ik kwam aan in Praag op 17 november, de dag waarop Tsjechië haar vrijheid viert en de studenten die hier in 1939 en 1989 voor opstonden worden herdacht. Ik liep door de straat waar toen de protesten waren. Vandaag gebeurden vieren en herdenken naast elkaar, met een podium aan het einde van de straat, overal glühwein en daar tussenin het stille branden van kaarsen en het leggen van bloemen. Ik zag jongeren van de scouting en hoorde van Tamara hoe hoog hun status is in Tsjechië. Dat sommige overlevers van de kampen zeiden dat ze hun leven te danken hadden aan wat ze bij de scouts hadden geleerd. Dat ze daardoor de dodenmarsen hadden overleefd, soms zelfs meerdere keren. En te midden van dit alles baande de huidige politiek zich een weg, via borden en demonstraties, het weggooien van bloemen van de premier en voor mij  een bijna fluisterende uitleg in een volle tram. We spraken over toen en nu, en met Tamara bezocht ik twee mogelijke speellocaties: treinstations waar de geschiedenis voelbaar werd en een kunstwerk opnieuw bewees hoe sterk een beeld kan zijn.

 

Bloemenzee bij herdenking Praag

Op 18 november ontvingen we samen met 15 jongeren zes vertellers, of zoals ze door Josefina worden genoemd: ooggetuigen. Allen joods, allen op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt  – of door puur toeval? Bijna allemaal waren ze de enige overlever van hun familie. Alle 6 leken hun levenseinde te voelen naderen en spraken zich uit over het belang van het doorgeven van de verhalen van vroeger. Dat daarnaar geluisterd moet worden, en als je dat niet wil – omdat je zelf te druk bent met praten bijvoorbeeld – dat je die verhalen dan op moet schrijven. Want, zo zei Zuzana Marešo vá (1932): “Ik was vroeger óók nog niet bezig met de dingen waarin ik nu geïnteresseerd ben.” Josefina zei dat sommige mensen die ze over de samenwerking met Theater Na de Dam vertelde twijfelachtig reageerden, omdat Tsjechische kinderen nog niet klaar zouden zijn voor het vertellen van deze geschiedenis. “Omdat de wond van het communisme nog zo groot is, daar zit ons land nog middenin.” Maar tijdens de ontmoetingen ging alles als vanzelf, sprak ik een oud-vlieger die zijn Engels voor me oppoetste en zag ik – juist doordat ik veel niet kon verstaan – geschiedenissen die tot leven kwamen in de ogen van de jongeren. En ik zag het nummer op de arm van Rudolf Roubíček (1926) , een brandmerk dat nooit meer zou verdwijnen, maar dat hij toegeëigend leek te hebben door deze bij een nieuwe ontmoeting direct naar voren te steken. “Zie je dit? Een jaar en 11 maanden. Weet je wat het is?” Zijn verhaal is zo gruwelijk dat je haast niets zou durven vragen, maar hij liet me zien: je moet gewoon een begin maken.
 
Tamara, Josefina en ik sloten af met haastige notes, noodles en overvolle hoofden – en voor ik het wist landde ik alweer in Amsterdam.”