Adriaan van Dis

Voor mij is 4 mei stilstaan bij de doden. Stilstaan bij de miljoenen vermoorde Joden, in de eerste plaats. Stilstaan bij alle anderen die in Nederland werden vervolgd en vermoord, bij de mensen die de moed hadden zich actief te verzetten of die onderduikers in huis namen. Ook sta ik om 20.00 uur stil bij de vader van mijn halfzusjes die op 36-jarige leeftijd in 1944 op Java door de Japanse bezetters werd onthoofd – een daad die mijn moeder en haar dochters evenzeer heeft verwond.

Ik huiver bij het zien van al die geüniformde mannen tijdens de dodenherdenking. Mijn vader was ook een militair (bij het Koninklijk Indisch leger), werd krijgsgevangen gemaakt en verrichtte dwangarbeid aan de dodenspoorlijn Pakan Baroe op Sumatra. Hij droeg niet meer dan een schaamlap op de dag van zijn bevrijding; eenmaal in Nederland kreeg hij de rekening gepresenteerd voor een kwijtgemaakt uniform. Gebroken en zenuwziek legde hij zijn kampmanieren op aan ons gehavend gezin.  

Onder al dat herdenken woelt het herkennen. Nog steeds worden we met extreme vormen van onmenselijkheid geconfronteerd.  Nog steeds worden uit naam van een kloppend kasboek en ambtelijke bureaucratie de meest schofterige maatregelen genomen. Ik zal de wandaden niet opsommen. Voor mij houdt het heden het verleden springlevend, en andersom. Daarom deed ik mee aan Theater Na de Dam. En blijf ik meedoen.

 

– Adriaan van Dis –