In gesprek met… Cees Debets

Nu 4 mei 2016 dichterbij begint te komen, zullen we de aankomende maanden in gesprek gaan met verschillende mensen die te maken hebben met Theater Na de Dam. Wat mag het publiek verwachten op 4 mei en hoe draagt iedereen zijn steentje bij? Deze achtste aflevering interviewen we Cees Debets. Hij is de directeur van Theater aan het Spui in Den Haag, één van de eerste deelnemende theaters buiten Amsterdam. 


 

Wie ben je en wanneer ben je voor het eerst met Theater Na de Dam in aanraking gekomen?

Ik ben Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui in Den Haag. Theater Na de Dam is een initiatief dat op mij al heel lang indruk maakte. Een idee van bevlogen theatermakers uit Amsterdam die heel goed begrepen dat theater een plek kan zijn waar ontmoeting centraal staat. Er is in mijn beleving behoefte aan plekken om samen te komen, gelijkgestemden te ontmoeten en van elkaar te leren. Samen vieren, samen herdenken. Theater aan het Spui wil graag midden in de samenleving staan en een open huis bieden voor momenten van vieren en herdenken. In Theater Na de Dam herkende ik die behoefte en dat ze daar in Amsterdam een prachtige formule hadden ontdekt vervulde mij met jaloezie. Dat wil ik ook dacht ik. We hebben dan weliswaar hier geen Dam, we herdenken wel. Ik ben een kind uit een gezin van zes waar 4 mei beladen was: een vader die vanwege de Arbeidseinzatz vluchtte naar de Noord-Oostpolder, daar uiteindelijk op transport werd gezet naar Duitsland en in een werkkamp terecht kwam, zijn vrienden zag wegkwijnen en vluchtte. Wij herdachten en zwegen vooral, ik wil er over nadenken, er over praten, actief herdenken.

Waarom hebben jullie sindsdien besloten om deel te nemen aan TNdD?

Vier jaar geleden kwamen we direct in contact met Jaïr en Bo. We konden aansluiten en dat deden we graag. Theater aan het Spui ligt midden in de voormalig Joodse wijk. Op het buurtplein Rabbijn Maarsenplein staat het monument voor de verdwenen kinderen. Ruim 2000 niet teruggekeerde kinderen, een simpel en tragisch monument. Er is de afgelopen jaren een traditie ontstaan om daar met ons publiek om acht uur stil te zijn. Vervolgens gaan we naar ons theater, om daar de kranslegging op de Dam op televisie mee te maken. Aansluitend vindt er een korte presentatie van scholieren plaats en dan start om negen uur de voorstelling. In de afgelopen jaren waren dat o.a. Bent, Laura van Dolron en Leger van het Ro-theater. Het waren voorstellingen die aangrijpend en urgent zijn en juist op deze avond nog aan intensiteit winnen. Het is jammer dat we die traditie dit jaar even onderbreken, maar er is veel voor in de plaats gekomen. We komen met de buurt in onze Zaal 3 samen, in de Koninklijke Schouwbrug is het prachtige Nationale Toneel project De laatste getuigen, NTjong heeft een project met jonge mensen en Toneelgroep de Appel heeft een programma.

Waarom vind jij het belangrijk dat er nog herdacht wordt anno 2016?

Herdenken leert ons wellicht iets over de parallellen met deze tijd. Wat betekenen grenzen als je op de vlucht bent, wat is vrijheid, hoe behouden we onze vrijheid en ten koste van wie en wat? Concreet zullen er steeds minder ‘laatste getuigen’ zijn van de Tweede Wereldoorlog. Laat dat de noodzaak om elke keer opnieuw stil te staan niet verminderen.

Als je carte blanche zou hebben, wat zou je graag willen toevoegen aan Theater Na de Dam?

Moeilijke vraag. Ik zou nog meer jongeren willen binden, inhoudelijk ze mee-verantwoordelijk maken voor de avond. De overgang van 4 naar 5 mei zou ook in Den Haag gestalte moeten krijgen. Van herdenken naar vieren en dat heel voelbaar maken.