Jong interviewt oud

Voor de voorstelling Ooit De Oorlog die op 4 mei te zien is in Zwolle, zijn ouderen geinterviewd door jongeren. Lees hieronder wat één van de jongeren heeft geschreven naar aanleiding van haar interview met een oudere.

 

“Ik heb veel gelezen over de oorlog. Maar nooit ben ik me echt bewust geweest van de verschrikkingen die het heeft meegebracht, de levens die het heeft gekost en de trauma’s die erdoor zijn ontstaan. Ik las het wel, maar begreep het niet echt goed. Het waren vooral feiten. Harde feiten, dat wel, maar gewoon feiten. Een lijstje van de dingen die er gebeurd zijn. Nooit heb ik echt stilgestaan bij het feit dat er mensen bij betrokken waren.

 

Ik ben samen met Anne-Minke naar Mevrouw van der Zanden geweest om er met haar over te praten. Zij was acht toen de oorlog uitbrak. Nu is ze 83 en leeft ze nog steeds met de gevolgen. Een allesoverheersende angst dat er niet nog een oorlog uitbreekt. Want ze gunt niemand, maar dan ook niemand zoiets toe. Jarenlang bijna dwangmatig je bord moeten leeg eten omdat je bang bent dat er binnenkort niet meer genoeg is. Ze was ondervoed op haar twaalfde. Elke avond bidden voor de gevallen mensen. Een halve obsessie voor alles wat met herdenkingen en de oorlog te maken heeft.

 

Toen wij bij deze mevrouw op bezoek kwamen in het verzorgingstehuis, was het eerste wat me opviel dat zij een herdenking van kamp Westerbork zat te kijken. Daarnaast hing er een groot schilderij van een man. Toen wij naar dat schilderij vroegen bleek dat een oom van haar te zijn. Niet zomaar een oom, maar een oom met een onderscheiding omdat hij veel Joodse mensen had helpen onderduiken. Bijna alles in haar kleine appartement had wel iets met de oorlog te maken. Dat raakte me. Maar wat me meer raakte was nog wel het feit dat ze doodleuk vertelde dat daar op de Singel een Joods gezin zichzelf heeft verdronken. Dat ze een Joods overbuurmeisje had waar ze wel eens mee speelde. Dat meisje is gedeporteerd. Vergast. Hoe je het ook wil noemen, ze werd vermoord. Vanwege haar Joods zijn. Hoe ze vertelt dat ze ondervoed is geweest en dat er bij de paardenslager mensen uitgemoord werden. Omdat ze niet voldeden aan Hitlers plaatje. Het raakte me dat ze het vertelde alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Want daar is ze mee opgegroeid.

 

Ik kan me dat gewoon niet voorstellen. Hoe erg ik ook mijn best doe, dat is niet mogelijk. Ik probeer het te begrijpen, maar het lukt me bij lange na niet. Ze zei dat het onmogelijk is om te voelen hoe het is om in een oorlog te zitten, tenzij je het zelf hebt meegemaakt. Dat geloof ik. Het constante gevoel dat je niet veilig bent moet vreselijk zijn. Dit gesprek heeft mijn ogen geopend. Het is belangrijk om bewust te zijn van de verschrikkingen. Ik, als ‘jongere’, was dat niet. Nu wel. Het is belangrijk om te weten wat er speelde. Dit verhaal uit de mond van iemand die het heeft meegemaakt, de emoties die in het gezicht opkomen, doen veel meer dan een samenvatting van de feiten op Wikipedia. En deze mensen zijn oud. Bijna ‘zeldzaam’. En hoe hard het ook klinkt, er komt een moment dat al deze mensen dood zijn. Maar er mag niet vergeten worden. Mensen moeten nog net zo geraakt worden als ik, mensen moeten zich bewust zijn van de honderdduizenden doden die zijn gevallen. Ik vraag niet om totale medelijden, elke avond bidden, dwangmatig je bord leeg eten of zo, maar gewoon een beetje inleving kan geen kwaad. En ik hoop dat ik daaraan mee heb geholpen door dit te schrijven. Om jou te vertellen wat er is gebeurd. Om jou in ieder geval een beetje bewust te maken. Ik hoop het echt. Opdat er niet vergeten wordt.”