4 vragen aan Hanna, coördinator van de jongerenprojecten

Hoe zijn de jongerenprojecten van Theater Na de Dam ontstaan?

Vier jaar geleden wilde Marit Vreeswijk, projectleider bij cultureel jongerencentrum Volta, een maatschappelijk theaterproject doen. Het leek haar mooi dat in het kader van de 4 en 5 mei vieringen te doen. Zodoende kwam ze bij Theater Na de Dam en via Jair bij mij. Samen maakten we toen een theatrale route door de Spaardammerbuurt gebaseerd op gesprekken tussen de jonge spelers en ouderen die de oorlog in Amsterdam hadden meegemaakt. Meer dan 40 mensen waren verbonden aan het project: jongeren, ouderen, buurtbewoners, een Amsterdams koor, en een grote groep figuranten. De interviews, verhalen en de voorstelling maakten veel los en zodoende besloten we ook het jaar daarop weer iets te maken.

Inmiddels zijn ook de jongerenprojecten landelijk?

Ja, in 2013 maakte Anika Abbing verbonden aan het NNT een voorstelling met jongeren in de Fockingestraat en maakte Bram Huijten een route verbonden aan de herdenking op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, beide buurten waar tijdens de oorlog veel is gebeurd. Het jaar daarop initieerden we 10 jongerenprojecten en dit jaar zijn er zelfs 15 projecten! Te zien in onder andere Groningen, Zwolle, Rotterdam, Haarlem, Utrecht, Sittard en Amsterdam.

Hoe ziet een jongerenproject eruit?

Inmiddels hebben we een aantal uitgangspunten, die iedere maker op eigen manier inzet. Uitgangspunt is sowieso het gesprek tussen jong en oud. En verder proberen de makers de projecten zoveel mogelijk te verbinden aan de stad. Vaak beginnen de voorstelling na een lokale herdenking, waarna ze (deels) als route door de buurt trekken. Ook worden buurtbewoners betrokken bij de projecten. Thematisch kiest elke maker een eigen uitgangspunt of thema. Zo maakte ik in 2013 een voorstelling over kinderen die tijdens de oorlog ergens anders woonden, en speelden we onze scènes dan ook bij buurtbewoners in de huiskamer. En in 2014 richtten we ons op sport en oorlog en speelden in het Brediusbad, het openluchtzwembad in de Spaardammerbuurt.

Wat vind jij het mooiste aan de jongerenprojecten?

De daadwerkelijke verbinding die er gemaakt wordt tussen jong en oud, tussen nu en toen. In 1,5 uur gesprek leren de ouderen en jongeren elkaar echt een beetje kennen. Iedere keer is dat bijzonder. Zo waren er dit jaar in Den Haag een verteller en speelster die er achter kwamen dat ze op dezelfde basisschool hadden gezeten. Ze scheelden bijna 70 jaar! Dat spreekt tot de verbeelding, en is tegelijkertijd zo concreet dat jongeren niets anders kunnen dan zich verbinden aan de oorlogsgeschiedenis. En, ook in Den Haag, bracht een oudere heer een zoutvaatje in de vorm van een Pelikaan mee. Het enige dat zijn moeder uit de puinhoop van het vergissingsbombardement op Bezuidenhout wist te vissen. Het was zwartgeblakerd. Ik had het vast terwijl hij vertelde dat het pelikaantje vroeger altijd op de rand van zijn bord stond ‘mee te eten’ en ik dacht: dichterbij de oorlog komen kan eigenlijk niet.